Zowel de acties door gebruikers als de hardware, software en configuratie hebben invloed op de prestaties van het systeem.
Voorbeelden
- Wanneer een gebruiker een dienstrooster opent, voert de server de volgende acties uit voor elke medewerker in het geopende dienstrooster:
- ATW-controle
- Horizontale tellingen
- Verticale tellingen
- ...
- De resultaten worden teruggestuurd.
- Wanneer een gebruiker een wijziging in het dienstrooster doorvoert, voert de server de volgende stappen uit:
- De tellingen en ATW-controle worden bijgewerkt voor het eigen dienstrooster
- Er wordt gekeken of de wijziging relevant is voor openstaande dienstroosters van collega's
- Indien nodig worden de gegevens van andere dienstroosters aangepast
TIP 1: ZO SNEL MOGELIJK JE DIENSTROOSTERS ACCORDEREN
Bij accorderen worden tellingen en schendingen opgeslagen zodat deze niet opnieuw berekend hoeven te worden.
Bij het terugzetten van de accordeerdatum van een roostergroep moet er worden bepaald welke opgeslagen gegevens er verwijderd kunnen worden. Dit heeft een aanzienlijke impact op de performance.
Voorkom dat deze actie op de uiterste datum nog uitgevoerd moet worden. Dit voorkomt piekdrukte op de laastste dag dat dienstroosters geaccordeerd mogen worden. Na het verhogen van de status van een dienstrooster kunnen er meer berekeningen worden opgeslagen.
TIP 2: GELIJKTIJDIGE ACTIES HEBBEN EFFECT OP PERFORMANCE
Bij veel gelijktijdige 'grote' acties van gebruikers worden kleine acties ook trager.
OWS wordt instabiel als het geheugen rond de grens van 4GB zit.
Hoe beïnvloed je het geheugen?
- Basisgeheugen
- Periodiek opruimen van gegevens: Bijv. oude wensen, mutatie historie, diensten in dienstenbak, etc.
- Optimaliseren inrichting
- Verbeteringen in de software
- Werkgeheugen
- Adviezen aan gebruikers
- Verbetering in de software
TIP 3: HET IS BETER OM EEN DIENSTROOSTER VOOR EEN LANGERE PERIODE TE OPENEN DAN MEERDERE MAANDROOSTERS
Op deze manier worden de tellingen maar 1x berekend en heeft de centrale server minder te berekenen, de kans op meerdere gelijktijdige acties verkleinen we hiermee.
TIP 4: SLUIT DIENSTROOSTERS WANNEER DEZE NIET MEER GEBRUIKT WORDEN
- Sluit een dienstrooster van een grote roostergroep (> 50 medewerkers) alleen als je verwacht het de komende twee uur niet meer nodig te hebben.
- Sluit overige dienstroosters wanneer ze niet langer worden gebruikt.
Voor elk geopend dienstrooster willen we nagaan of een planactie van een andere gebruiker relevant is. Tegelijkertijd willen we voorkomen dat gebruikers van grote roostergroepen meerdere keren per dag hetzelfde uitgebreide dienstrooster hoeven te openen.
Opmerkingen (0 opmerkingen)